An Act of Reciprocity: Will Hindle en Shellie Fleming
The comprehension that one’s life is their art was the gift Will gave to me. That understanding is mine. And I am grateful. — Shellie Fleming
Het verhaal van Will Hindle en Michele ‘Shellie’ Fleming ontvouwt zich over vele jaren en begint wanneer Fleming op jonge leeftijd Chinese Firedrill (1968) ziet, een centrale film uit het oeuvre van Hindle. De film won de eerste prijs op het gerenommeerde filmfestival van Ann Arbor, een gebeurtenis die Hindle uit de anonimiteit van een kleine kring van bevriende filmmakers haalde. Hij groeide uit tot een prominent figuur en een van de grondleggers van de ‘personal film’-beweging in de Verenigde Staten. Shellie Fleming haatte de film, maar kreeg tegelijkertijd de beelden niet uit haar hoofd: “I dreamed these images… I thought about them out of nowhere. Why had I been split open by the ‘honesty’ of the darkness rendered on the screen?” Jaren later studeerde Fleming, vijfentwintig jaar jonger dan Hindle, bij hem aan de Universiteit van Zuid-Florida. Enige tijd daarna werden ze levenspartners.
Ze raakten nauw met elkaar verbonden op een moment dat ze beiden worstelden met hun kunst. Hindle had al jaren geen film meer gemaakt. Na zijn verhuis van San Francisco, Californië naar Blountsville, Alabama in 1970 bevond hij zich in een staat van geografisch en spiritueel ballingschap. Dit bracht criticus en curator Linda Dubler ertoe hem te omschrijven als "a filmmaker who finds in his current condition an odd fulfillment of his romantic vision."
Hindle kwam vanuit de westkust aan in Alabama met zeven films, een studio met zelfgemaakte apparatuur en een idealistisch beeld van het zuiden. Na zijn verhuis voltooide hij in de resterende achttien jaar van zijn leven nog slechts drie films, waarvan twee nadat hij in 1972 een uitnodiging had aanvaard om les te geven aan de Universiteit van Zuid-Florida: "I just may never get used to it here, but I’m wondering if I can tap that disability to adapt and produce something out of it." Zijn creatieve moeilijkheden in die jaren waren echter niet alleen te wijten aan zijn moeite om zich aan te passen aan de leefomstandigheden en zijn isolement als experimenteel filmmaker – ook het politieke klimaat bracht hem tot stilstand: "It’s very difficult to make films, very difficult to do anything without keeping in mind the fact that I am a member of a society which is callous and careless. (...) I don’t know whether in hard times one should keep working, but my answer is if I am to make films in a new vein, they should be works conscious of the world’s conditions, cognizant of how much we use, how much we consume. I’d like very much to foster a new kind of film, haiku-like, brief, compact.”
Hindle droomde van een nieuw soort film, een samenwerkingsproject met mensen die de kracht van film gebruiken om te reflecteren op het maatschappelijke klimaat. Hoewel het maakproces erg lang en moeizaam was, zette hij met Trekkerriff de eerste stappen om dat doel te bereiken. In de vroege jaren 80 ging hij samen met Fleming op semi-regelmatige basis op pad om te filmen. Het was Fleming die hem uiteindelijk aanmoedigde een sabbatjaar te nemen als docent om de film eindelijk af te werken. De eerste montage was klaar in 1985, maar in de twee jaren daarna zou hij de originele soundtrack weggooien en een volledig nieuwe creëren. In 1987 besliste hij, nog steeds niet volledig tevreden, om de film uit te brengen.
Trekkerriff is, in de woorden van Fleming, “an illustration of the things that had been abandoned along the side of the road… a contemplation of those who looked down that road, wondering ‘now what?’ (...) He was trying to capture change… flow… points after which ‘we’ would never be the same. (...) The debris on the side of the road is inevitable… it was evidence of a life lived. A carefully lived life devours experience… and makes it a part of itself. There is no loss.”
De beschrijving van Trekkerriff als “evidence of a life lived” klinkt bitterzoet, wetende dat Hindle kort na het afwerken van de film op 57-jarige leeftijd onverwacht overleed aan een hartaanval. Achteraf gezien schuilt er een zekere schoonheid in het feit dat ze konden samenwerken aan een film over momenten die iemand voorgoed veranderen. Voor Fleming markeerde het zien van Chinese Firedrill zo’n gebeurtenis. Andersom was de onmogelijkheid om aan films te werken iets waar Hindle ontzettend mee worstelde en het was door de aanmoedigingen van Fleming dat hij erin slaagde genoeg energie en focus te vinden om de film te voltooien. Jarenlang waren Flemings studenten de enigen die Trekkerriff konden zien. In 2011 werd de film gerestaureerd door Academy Film Archive op basis van de enige overblijvende print en de originele soundtrack. Desondanks zijn vertoningen van de film – en van Hindle's oeuvre in het algemeen – een zeldzaamheid, zeker in Europa.
Terwijl Fleming Hindle hielp bij het maken van deze elfde film, bijna 25 jaar na de start van zijn leven als filmmaker, stond zij zelf nog maar aan het begin. Op het moment dat Hindle ontmoedigd was, was Fleming nog jong en "outrageously distracted". Hindle en Fleming werkten voor het eerst samen aan haar tweede studentenfilm, The Selves. Hindle stond in voor het camerawerk onder Flemings leiding. Hoewel ze de hele opname lang ruzie maakten, werd de film toch gerealiseerd. Aan het einde van haar leven merkte Fleming hierover op:
I have not seen the film in three decades even as it now sits in a pile of films to be packed up. What strikes me, however, is not only the great wonder that this thing actually got made in the first place… but as I recall the images from the film… I realize it has had a profound and lasting impact on me as a ‘direct quote’ for my entire lifetime as an artist.
Shellie Fleming rondde haar studies aan USF af met vier kortfilms. Aan het einde van deze periode, zo schrijft ze in haar boek Never Concluded... Half Erased, begon ze het belang te begrijpen van de meest krachtige vorm van wederkerigheid (reciprocity):
My ability [to finish these four short films] was simple. Someone believed in me… not who they thought I should be… or who they wanted me to be… but simply who I was at that time. Who I was at the time was not pretty. Insecure… confused… coming out of a failed marriage… needing my independence and space to define… needing what I realize I would always need most in my life… ALWAYS… peace. And someone who provided that safe space for me with such grace that neither of us realized the profundity or depth of it at the time. It is a space I would protect fiercely throughout my life… that I guarded and reinforced because I knew, at times, my life depended on it.
In de jaren na Will Hindle's dood werd Fleming een "onwillige maar toegewijde archivaris," die probeerde de films die in zijn studio waren achtergebleven in veilige handen te brengen. In 1989 maakte Fleming Left Handed Memories, een sleutelwerk en ode aan Hindle, opgenomen met verouderd filmmateriaal. De film bevat beelden die Fleming maakte na haar terugkeer van de begrafenis, naast verschillende outtakes uit Hindle's werk en fragmenten uit zijn films die onderaan het scherm worden getoond. “This film would be the first artwork where I would insist that I always remember how small I was in the global reality. On the soundtrack, from beginning to end, news stories of that day are heard mixed with tracks from Will’s records and then added to a voice over that is now both embarrassing and revealing as a personal marker of that time.”
Vier van Flemings films zijn, op haar eigen wens, nog in distributie sinds haar overlijden in december 2012. Life/Expectancy (1999) staat vermeld als haar laatste film. Ze zou zich later nog toeleggen op installaties, boeken, fotografie en straatkunst, allemaal gemaakt vanuit het leidende principe dat ze had meegekregen van Will Hindle: het besef dat iemands leven hun kunst is. Vergankelijkheid zou een ander principe blijven dat haar werk richting gaf, via pogingen om ervaringen en persoonlijke uitwisselingen te creëren die werden gedeeld en vervolgens weer verdwenen. Dit zette haar ertoe aan om op latere leeftijd straatkunstenaar te worden en de stad als een galerie te gebruiken. De werken die ze als straatkunstenaar maakte, zouden op natuurlijke wijze vervallen, verwijderd en veranderd worden, maar bovenal een breed scala aan unieke ontmoetingen opleveren. Als docent in Chicago bleef ze tot aan haar dood een hele generatie filmmakers inspireren dankzij haar technische vaardigheden en mentorschap, waarbij ze studenten hun “natuurlijke” pad liet ontdekken en hen richting meer zelfvertrouwen leidde. Ze leerde hen, zoals oud-leerling Apichatpong Weerasethakul getuigt, om film te zien als een uitwisseling van empathie.
Anthony Brynaert
De citaten in deze tekst en in de programmanota's zijn ontleend aan Never Concluded... Half Erased. Lessons in Forgetting and RE-membering – een boek dat Shellie Fleming schreef in haar laatste levensfase, getekend door kanker. De publicatie is geen nostalgische terugblik, maar “concerned with understanding a few of my life’s passages and the lessons they have rendered.” Het is een geschrift vol sporen, invloeden, reizen en ideeën: “they connect dot to dot… line to line… day to day… life to life. They are small ideas… but then… small things can change the world as readily as big ones.”